Ik heb een tip: ga er eens tussenuit. Liefst onverwachts en halsoverkop. Afgelopen woensdag zat ik ineens in de trein, toen in de bus, toen in nog een bus en daarna op de veerboot naar Vlieland.
De boot zat vol met wat mijn reisgenoot bestempelde als 'Oerol publiek'; nog net geen geitenwollensokken, maar wel vaste abonnees van de VPRO gids. En ze hadden hun kinderen bij zich, die werden ondergebracht in de 'kids lounge' van de veerboot. De kids lounge was in schreeuwerige tinten geel, rood en blauw geverfd en er was zelfs een hoek waar de snotapen een dvd konden kijken. Maar er was tenminste zitplek. Ik sloot mijn ogen en probeerde te slapen, maar de zee wilde maar niet stil zijn. Mijn reisgenoot belde met zijn moeder.
In het gangpad renden kinderen met gezonde, Hollandse blosjes heen en weer. Een uitsloverig joch nam een aanloop en werd bij een bijzonder hoge golf zeker een meter omhoog gelanceerd. Vervolgens wilden alle aanwezige kinderen natuurlijk gelanceerd worden, wat voor paniek zorgde onder de ouders.
Het waaide verschrikkelijk op Vlieland, maar koud was het er niet. Het huisje waar ik zou gaan logeren zag er precies uit zoals huisjes op Vlieland eruit moeten zien: babyblauw geschilderd, en midden op een duin. De zee was lauw. Dat weet ik, want ik heb erin gezwommen. En 's avonds zette ik het op een zuipen, in bar-dancing 'De Stoep', waar in het piekuurtje het bier 1 euro kost. Meters bier heb ik erin gegoten en een lokaal brouwsel wat men een 'Embryo' noemde. Ondertussen klonk de ene na de andere Nederlandstalige knaller, en later ook knallers uit andere landen. Ik moest achterop de fiets naar huis, want ik kon zelf niks meer. Alleen maar kotsen, vanuit mijn slaapkamerraam op de eerste verdieping. We hadden die dag andijvie stamppot gegeten.

Dit ben ik niet.

Dit ben ik wel, met
mijn lieve Mees.
De volgende dag voelde ik me niet bepaald als herboren. Maar ik was er tenminste tussenuit geweest.