Als ik me niet vergis was vandaag de eerste dag die deed denken aan de lente. Het is een barre winter geweest, die maar niet op leek te houden. Waarschijnlijk is dat ieder jaar zo, maar dat vergeet ik voor het gemak zodra de eerste krokussen opdoemen.
De kou en de centrale verwarming zijn dan in één keer ver weg.
Ik zat, zoals het een walgelijke zonaanbidder betaamt, met mijn bek in de zon en bestelde koffie. Bij koffie hoort een krant. Toen ik terugkwam met mijn Volkskrant en de PS Mode (er lag niks anders) zat er een blond meisje van een jaar of zes op mijn stoel. Ze droeg een kek lila brilletje. Ze had in de luttele seconden dat ik weg was geweest een hele dierentuin op tafel uitgestald. Kleine, plastic beestjes, een enkele dinosaurus en twee verdwaalde auto's.
Ze zat geconcentreerd in zichzelf te mompelen terwijl ze de beesten rangschikte. Op kleur, op soort of alfabetisch? Geen idee.
"Mag ik hier zitten?" vroeg ik, belachelijk eigenlijk, want ik zat daar al.
"Dat wil ik niet", zei ze. Tegelijkertijd haalde ze haar schouders op. Alsof ze eigenlijk twijfelde, maar haar natuurlijke respons meestal "nee" was, dus waarom nu niet.
"Dan ga ik aan de overkant zitten", zei ik resoluut.
Ik ging me aan de overkant van de tafel overdreven zitten concentreren op mijn krant.
En ziedaar, haar jongere broertje verscheen, hoogstwaarschijnlijk de eigenaar van de twee sneu op hun kant liggende auto's. Het meisje zette meteen haar klauwen uit.
"Ik wil alleen met deze!" riep ze.
Het jongetje, het gemoedelijke type, klom naast haar op de stoel en schoof haar een stukje opzij. "We kunnen best samen op de stoel". Hij glimlachte naar mij.
Ik glimlachte terug. Hij nam het als een uitnodiging om me meer te vertellen over de plastic beestjes.
"Dit is een nijlpaard." Ik knikte.
"En dit dan?"
"Da's een apie." Zoveel was duidelijk.
Er bestond verwarring over de kreeft. Het jongetje zei: "dat is een kreeft" maar het meisje vond het een garnaal, en daar bleef ze bij.
Er zat ook een geel, bobbelig geval bij waarvan ik de naam niet wist. Misschien was het een fantasiebeest.
"Da's een prikkelvis!" riep ze ongeduldig. Nog nooit van gehoord.
Het meisje keek nog eens naar de kreeft en bedacht zich: "het is een garnaalvis."
Het jongetje had nu meer plek opgeëist dan de afspraak was en het meisje zette een keel op. Toen dat niet het gewenste effect had stortte ze zich dramatisch ter aarde om daar nog een poosje rond te krioelen.
Dat zag ik maar als mijn teken om weg te gaan.
Daar kwam de moeder al aan. Ze zag haar dochter op de grond en haar zoon aan tafel en toen pas mij.
"Je vind het toch niet erg?"
Ik schudde mijn hoofd van 'nee'.
Ik hield er immers een stukkie aan over.
woensdag 11 maart 2009
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)

2 reacties:
ik ben gewoon een luie flikker.
als ik je binnenkort echter een tekening toestuur, hoort die beslist bij dit apiestukkie.
echt een fijn carmiggel-tachtig stukkie, misschien moest je maar de nieuwe carmiggelt worden...
Een reactie plaatsen