Vandaag noem ik Donkere Dinsdag. Ik heb nergens zin in en alles zal me aan m'n reet roesten.
Vanochtend was ik zelfs te bescheten om te douchen. Ik stapte zo vanuit bed een hangbroek in, zo eentje waar je nog net mee weg kan komen op straat maar die wel argwaan wekt. Ik hoopte dat ik niemand zou tegen komen. Vooral niet iemand waar ik veel indruk op moest maken. Gelukkig bestaan er daar maar weinig van.
Het spatbord van mijn fiets zit los en tegen mijn achterband aan, wat allereerst een vrij irritant, slepend geluid maakt en er ook nog eens voor zorgt dat het knap lastig fietsen is. En het is me een tocht, van huis naar school. Ik heb eraan gedacht voortaan een kussentje mee te nemen, tegen zadelpijn, en een bidon. Een tocht zoals altijd met tegenwind. Eerst langs het plein, waar de mensen zonder te kijken het fietspad oversteken en vervolgens verontwaardigd reageren als je ze bijna omver fietst.
Dan langs de bouwput, daar waar ik meestal goed in de smaak val bij de bouwvakkers. Alleen vandaag niet, want ik had dus die hangbroek aan. Dan langs de gigantische terracotta hondjes. Die zijn amper te omschrijven, die moet je eigenlijk in het echt zien. Ze staan met hun rug naar elkaar aan weerszijden van de weg zodat ze uitkijken over het park. Ik fantaseer graag over het beraad dat aan deze hondjes vooraf is gegaan. Mannen en vrouwen in pakken, die moeten beslissen over kunst in de openbare ruimte.
"Tja, die hondjes dus."
"Ik vind het niks. Jij, Kees?"
"Het heeft wel wat."
Dan het kruispunt, met de kippetjes aan het spit. Ik kan me werkelijk geen betere geur voorstellen dat die van een kippetje aan het spit. Ik heb er ooit eentje genomen, weliswaar in tweeën gehakt, maar de smaak kon alleen maar tegenvallen en dat deed het ook, een beetje. Desondanks was dat een prima dag.
Dan de Kinkerstraat. Naar ik meen was de Kinkerbuurt vroeger een armoedige buurt, waar schooiers en asocialen woonden die naar hartenlust op straat rochelden. Die zijn er nog steeds, maar het krioelt er nu ook van de studentes, grafisch ontwerpers en jonge ouders op de bakfiets. Ook hier weer mensen die zonder te kijken oversteken. Af en toe noem ik eens iemand een "eikel", maar daar heb ik meestal gelijk spijt van.
Dan de Elandsgracht. Als ik een straat zou moeten kiezen waar ik zou willen wonen zou het misschien wel die straat zijn. Ik zeg misschien, want ik hou graag een slag achter de hand. Er is een pand op de Elandsgracht waarvan de kozijnen pauwblauw zijn. Op de tweede verdieping zit een nisje, waar ik met mijn oplettende oog ook al zachte kussentjes in heb zien liggen. De ramen zijn van veelkleurig glas-in-lood. Daar moet het goed toeven zijn, op de tweede verdieping van dat pand op de Elandsgracht.
De Negen Straatjes cross ik door, heuveltje op, heuveltje af. In de Wolvenstraat zit een ouderwets winkeltje dat knopen lijkt te verkopen, of tafelkleden, of in ieder geval iets wat tegenwoordig niet meer als een eerste levensbehoefte wordt gezien.
Dan rechts afslaan op de Spuistraat, langs mijn favoriete boekhandel en Café de Beiaard, waar ik nog nooit ben geweest maar waarvan ik wel weet dat Cees Notenboom of Martin Bril of... nou ja, iemand heeft bedacht dat daar het beste plekje is om alleen koffie te drinken. Iets met de lichtval en de warmtegraad.
Vanaf daar is het nog maar een klein stukje naar het Markenplein, maar niet voordat ik langs het Joods Historisch Museum fiets. Daar heb je nog wel eens kans een stel Orthodoxe Joden tegen het lijf te lopen. Fantastisch vind ik dat, geruststellend bijna.
Dan zet ik mijn fiets op het schoolplein terwijl dat eigenlijk niet meer mag. En bedenk ik me dat Tom Cruise overmorgen naar Amsterdam komt, en dat ik daar iets mee moet, maar ik weet nog niet wat.
Donkere Dinsdag gaat over in gewoon weer een woensdag, zoals altijd. Gelukkig maar.
dinsdag 20 januari 2009
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)

2 reacties:
Het winkeltje verkoopt linten.
Fijn stuk.
haha, volgens mij zit je óf op AMFI of op MIM.
:P
Of...zit ik nu helemaal verkeerd? :S
Een reactie plaatsen