donderdag 29 mei 2008

# 12: Ik weet niet.

Ik weet niet hoe je op een fatsoenlijke manier je nagels lakt.

Ik weet niet hoe je eyeliner opdoet zonder er meteen uit te zien als Thaise hoer. Een Thaise hoer met twee linkerhanden.

Ik weet niet hoe je een belastingformulier invult.

Ik weet niet hoe je excuses aanvaardt.

Ik weet niet hoe je een quiche maakt, of lamsstoof, of pompoensoep die niet te waterig is.

Ik weet niet hoe de boom heet waar ik dagelijks op uitkijk van achter mijn raam.

Ik weet niet hoe je op een kalme, beheerste manier je gevoel uit. Dus zonder in huilen uit te barsten.

Ik weet niet hoe met geld om te gaan. Eerst heb je het in je zak, en dan geef je het uit. Toch?

Ik weet niet waarom de sappige roddels altijd aan mij voorbij gaan. Die heeft met die, die is homo maar niemand mag het weten, oh, dat is allang uit. En ik hobbel er achteraan, al roepende: "wacht op mij! Ik wil het ook weten!"

Ik weet niet waarom ik steeds mijn telefoonoplader overal vergeet, waardoor ik vandaag weer de hele dag niet te bereiken ben. Misschien is het wel een onbewuste daad van verzet tegen de Staat, de telecommunicatie.
Stickin' it to the man!

Ik weet niet waarom ik het vannacht ineens heel erg koud kreeg. Zo koud dat ik met een pyjamabroek en een trui aan onder de dekens kroop, en nog steeds overal kippenvel had. En waarom ik daarna ineens heel erg hard moest huilen, om niks.

Ik weet niet zoveel. Ik weet misschien net genoeg.

zondag 25 mei 2008

# 11: Oh jee.

Oude gewoontes slijten niet. Deze weblog stond alweer op het punt een geruisloze dood te sterven wegens ernstige verwaarlozing. Maar hierbij reanimeer ik 'em, en wel met een prijsvraag:

Wat is mijn meest recentelijk overwonnen angst?



A: Het posten van onnuttige plaatjes, enkel en alleen om mijn fanbase in verwarring te brengen.
B: Geconfronteerd worden met mijn eigen laksheid.
C: Drumlessen nemen.
D: All of the above.

De juiste inzendingen winnen... eh... iets heel erg leuks.

zaterdag 17 mei 2008

# 10: Keihard bewijs.



Oh, de gruwel.

vrijdag 9 mei 2008

# 9: Kut kanker.

Het bandje waarop ik mijn karaoke overwinning heb gefilmd (voor schoolse doeleinden), is stuk. Ik zie gans alleen nog maar dikke zwarte strepen. Daar was ik al bang voor. Van de technologie kan ik het simpelweg niet winnen.
HOEREN KAK!

donderdag 8 mei 2008

# 8: It ain't over 'till the scared lady sings.

Yours truly gaat met rasse schreden vooruit. Ze heeft namelijk gezongen. In het openbaar. Meerdere malen.
De plek: Cassablanca op de Zeedijk. Het publiek: twee dronkaards, een paar studentes, drie barmannen en Marianne.
Oh, en twee Britse zakenmannen, waarvan er eentje was wiens stem verdacht veel leek op die van George Michael. Bob, heette 'ie geloof ik.
Het bestand waaruit je kon kiezen was vrij gedateerd, maar ik heb er wat klassiekers uit weten te kiezen.
De vuurdoop was Ik doe wat ik doe van Astrid Nijgh. Daarna was de beer los: Walk on by van Dionne Warwick.
I will survive in canon met de Engelsmannen. En als afsluitend klapstuk, een duet met Marianne.
Ne me quitte pas. Wat anders?

Van tevoren had ik zweethanden en een raar gevoel in mijn buik. Ik moest zorgen dat mijn moed het won van mijn angst.
Ik was om vier uur 's nachts thuis, moe maar voldaan. En vooral trots, heel erg trots.

woensdag 7 mei 2008

# 7: Te water, te water.
(Floddertje gaat uit zwemmen.)

De avond ervoor had ik mijn bikini uit de mottenballen getrokken. Ik aarzelde even en ging voor de spiegel staan. Dat had ik beter niet kunnen doen. Hallo, winters lijf.

Langs het zwembad stonden aan weerszijden houten omkleedhokjes, wit geverfd, met gele gordijnen. Ik had mijn bikini al onder mijn kleren aangetrokken. Het omkleden duurde niet zo lang als vroeger, als je op een altijd treuzelend vriendinnetje moest wachten. Of, nog erger, als het een verjaardagspartijtje was en je op zes slome vriendinnetjes moest wachten.
Het water was lauwwarm. Oudere dames en heren zwommen stilzwijgend hun baantjes. Sommigen hadden van die gekke, ronde brilletjes op. Ik vind het juist fijn om chloor in m'n ogen te krijgen, en water in m'n oor. Dat geeft een bepaalde sfeer.
Ik zag de badmeesters naar Lexa kijken, en Lexa zag ze naar mij kijken. Toen ik via het trapje het zwembad uit klom, reikte er eentje me galant een hand toe terwijl hij smoezelig naar z'n badmeestermaten glimlachte.
Alsof ik dat zelf niet kan. Flikker op, ik kom hier voor m'n rust.

En verdomd als het niet waar was. Negen uur 's ochtends en ik had trek in patat.



Op de terugweg naar huis wilde een klein jongetje met me racen. Hij begon fanatiek joelend naast me te rennen, maar ik won natuurlijk want ik was op de fiets, en hij had alleen z'n korte kleuterpootjes.

Elke dag zou zo hoopvol moeten beginnen.

dinsdag 6 mei 2008

# 6: Mezelf aan m'n haren mee naar buiten slepen.

Ondanks m'n dikke jankogen, viezig vet haar en barstende koppijn.

# 5: Ik geef het op. Althans, vandaag.

En met zulk mooi weer is dat natuurlijk een misdaad. Dan moet je buiten zijn, barbecuen, witbier drinken, fladderige zomerjurkjes dragen, flirten met de ijscoman, madeliefjes plukken, een zonnesteek krijgen.
Maar ik wil alleen maar onder de dekens kruipen. Een hut bouwen zoals ik dat vroeger deed, met vier stoelen en een laken. En dan strips lezen bij het licht van een zaklamp tot m'n ogen vanzelf dicht vallen.



Ik ga een heel groot, zwart kruis zetten door deze dag.
Deze dag bestaat niet.

zaterdag 3 mei 2008

# 4: Over hoe een koe een muis vangt.

Ik heb een muis. Een huismuis. Tot nog toe heb ik hem getolereerd omdat ik nooit thuis ben, en er toch iemand op wacht moet staan. Maar ik krijg sterk het idee dat hij niet zozeer een waakmuis is, alswel een stuk ongedierte dat overal onbeschaamd kleine zwarte keuteltjes achterlaat. Zojuist kwam hij vanonder mijn kledingkast vandaan, even koekeloeren hoe ik met een half oog The Matrix zat te kijken op tv. "Kssssjt! Beest, scheer je weg!" zei ik. En weg was 'ie.

Van mij hoeft hij niet dood, maar hij kan niet blijven. Vangen durf ik 'em ook niet. Ik zou niet eens weten hoe.
Ik geloof dat hij zich nu verschalkt heeft tussen mijn vuile was. Als hij daar maar geen muizenbaby's ligt te baren.

Als er één is, zijn er meer.
Kut.

vrijdag 2 mei 2008

# 3: De Openbare Bibliotheek Amsterdam trotseren.

Aangezien ik thuis voortdurend wordt afgeleid leek het me vanmorgen een goed idee om de nieuwe bibliotheek aan te doen. Ik vraag me af hoe lang iets "nieuw" blijft en met name hoe lang je dat zo mag blijven noemen. De bibliotheek is in mijn ogen in ieder geval relatief nieuw, en dat was ook zo gebleven mits ik hem vandaag niet had bezocht.
Dan was hij misschien wel voor de rest van mijn leven nieuw gebleven.



Meestal helpt het als ik omringd ben door mensen die zich in een staat van opperste concentratie lijken te bevinden, waardoor ik een soort prestatiedrang krijg en het in ieder geval tegenover die mensen wil laten lijken alsof ik écht heel erg hard aan het werk ben. Mijn eerste gedachte bij binnenkomst was: "waar zijn de boeken"? Shit be space-age, yo, en van intimiderende grootte. Van schrik liet ik later die dag mijn sjaal in de wc vallen. En omdat ik geen zin had om de rest van de dag een halfnatte, naar waterige poep stinkende sjaal bij me te moeten dragen heb ik 'em gelijk maar in de prullenbak gekieperd. Waar overigens een met bloed besmeurde spuit in zat.

Uiteindelijk heb ik goed werk verricht, al zeg ik het zelf.
Wat mijn essay betreft, en de rest.

donderdag 1 mei 2008

# 2: Een MySpace bulletin posten waarin ik mijn hyperpersoonlijke blog aankondig.

Deze angst zal ik morgen moeten overwinnen, want de internetverbinding die ik illegaal van de buren tap werkt niet mee.
Angst # 3: de buurman confronteren met zijn verslaving aan het downloaden van internetporno.

Nee.
Geintje.

# 1: Een hyperpersoonlijke weblog beginnen.

Deze (of is het 'dit', of 'dat', of 'die'?) blog maakt deel uit van een multimediaal project waarin ik tracht mijn - vaak irrationele - angsten te overwinnen. Dat varieert van de telefoon opnemen als er een privénummer belt, tot zingen in het openbaar.
Ik ben van plan deze pagina regelmatig te updaten met nieuwe overwonnen angsten. Of ouwe meuk die me al jarenlang tergt.
Het uitgangspunt is dat ik alles waar ik bang voor ben, eigenlijk zou moeten doen. Omdat het me niet voor niets bang maakt.

Ik weet nog niet zo goed wat ik wil bereiken met het publiekelijk maken van mijn angsten en fobische gedachtestromen. Ik hoop iets positiefs. Zie het als een uitlaatklep. Ik heb zo het vermoeden dat het iets heel tofs zou kunnen worden. Of iets heel doms en stoms wat niemand leest. We zullen zien.